Teerstadsgezichten

Teerstadsgezichten zijn ontstaan uit de nachten van Amsterdam, uit het donker dat over de stad valt en het IJ waarin de lichten van de stad zich eindeloos lijken te verliezen.

Ik schilder met acryl op dakleer, een zwaar en donker materiaal dat ik vooraf met de vlam bewerk. Het vuur tekent zijn eigen sporen in het oppervlak. Het dakleer wordt niet alleen ondergrond, maar medeschepper van het beeld.

De Teerstadsgezichten zijn mijn persoonlijke interpretatie van het IJ. Niet een letterlijke weergave van de stad, maar een herinnering aan wat zich aan de oevers afspeelt wanneer het daglicht verdwijnt.

Het IJ is de levensader van Amsterdam. Eeuwenlang vormde het water de verbinding tussen stad en buitenwereld, tussen handel en horizon. Schepen kwamen en gingen, kades werden gebouwd, pakhuizen verrezen en de stad groeide langzaam om het water heen.

Vandaag weerspiegelt het IJ een ander Amsterdam.

Aan de overkant rijst Amsterdam-Noord op. Oude industriële sporen ontmoeten nieuwe architectuur. Historische gebouwen staan naast eigentijdse vormen, terwijl veerponten, schepen en kranen zich voortdurend door het beeld bewegen.

Overdag is het IJ een plaats van beweging.

Maar in de nacht verandert alles.

Dan verdwijnen details in de duisternis en blijven slechts contouren over. Lichtvensters tekenen zich af tegen zwarte gevels. De reflecties op het water breken uiteen in trillende strepen. Een kraan wordt een silhouet, een gebouw een lichtsculptuur, een schip een langzaam bewegende schaduw.

In mijn Teerstadsgezichten zoek ik naar dat moment.

Naar de stad die niet langer volledig zichtbaar is, maar zich juist door het donker begint te onthullen.

De geschiedenis van het IJ draag ik mee in mijn gedachten, maar tegelijkertijd kijk ik naar het Amsterdam van vandaag: naar nieuwe architectonische hoogstandjes, veranderende oevers en een skyline die voortdurend in beweging is.

Zo ontstaat geen stadsportret, maar een interpretatie van het IJ.