Teerbloemenpracht
Teerbloemenpracht vindt zijn oorsprong in de verstilde wereld van de zeventiende-eeuwse bloemschilderkunst. In een tijd waarin bloemen niet alleen werden geschilderd om hun schoonheid, maar ook om hun kwetsbaarheid, vergankelijkheid en symboliek, werden bloemen tot in het kleinste detail vastgelegd.
Eeuwenoude bloemenboeken, botanische prenten en florilegia vormen een rijke bron van inspiratie. Deze bijzondere werken behoren tot de hoogtepunten van de historische boekkunst. Botanici en kunstenaars brachten daarin de plantenwereld bijeen: bloem na bloem, blad na blad, met een precisie die de vluchtigheid van de natuur bijna leek te willen bedwingen.
De bloemen werden eerst in hout gesneden of in koper gegraveerd en vervolgens vaak met de hand van kleur voorzien. Zo ontstonden beelden die zweven tussen wetenschap en kunst, tussen registratie en verbeelding.
In Teerbloemenpracht krijgt deze historische bloemenwereld een onverwachte drager. Geen kostbaar papier, maar dakleer. Geen kwetsbare bladzijden, maar zwaar, zwart bitumen.
Ik schilder met acrylverf op stukken dakleer die vooraf met vuur zijn bewerkt. De vlam laat zijn eigen sporen achter in het oppervlak. Het materiaal wordt geschroeid, vervormd en getekend door de hitte. Het zwarte dakleer draagt daardoor niet alleen de verf, maar ook de herinnering aan het vuur. Tegen deze donkere, ruwe ondergrond verschijnen de bloemen. Fragiel en kleurrijk, maar tegelijkertijd gevangen in een materiaal dat allesbehalve teer is.
Losse bloembladzijden lijken uit een oud herbarium te zijn losgeraakt en hebben een nieuwe, onverwachte bestemming gevonden. De vergankelijke schoonheid van de bloem ontmoet de onverzettelijkheid van teer.
Maak jouw eigen website met JouwWeb