Teerlandschappen
Het Hogeland. Een landschap dat zich ver uitstrekt onder de Groningse hemel. Eindeloze akkers, rechte lijnen die verdwijnen aan de horizon, oude wierdedorpen en statige herenboerderijen die als bakens in de ruimte staan. In de verte ligt de Waddenzee, voortdurend aanwezig met haar veranderende licht, luchten en getijden.
De afgelopen jaren schilder ik dat bij de TSR, de tekenschool onder de bezielende leiding van Jan Kenter. Regelmatig werkt Jan met thema’s die ons uitdagen om op een andere manier naar kunst en landschap te kijken. Een van die thema’s was het werk van Anselm Kiefer.
Vanuit dat thema zijn mijn teerlandschappen ontstaan.
Ik schilder niet op een traditioneel schilderdoek, maar op dakleer, een bitumineuze dakbedekking. Het materiaal bewerk ik eerst met vuur. Met de vlam ontstaat een landschap vóórdat de verf eraan te pas komt. Het dakleer verkleurt, verschroeit, trekt samen en krijgt een eigen huid. De sporen van de vlam blijven zichtbaar: donker, rauw en soms glanzend.
Daarna voeg ik acryl- of olieverf toe. Vlam en verf ontmoeten elkaar en worden samen onderdeel van het beeld. Soms stuur ik het materiaal, soms laat ik de vlam zijn eigen weg gaan. Zo ontstaat een gelaagd oppervlak waarin vernietiging en schepping naast elkaar bestaan.
De teerlandschappen zijn mijn persoonlijke interpretatie van het Hogeland van Groningen. Niet als een letterlijke weergave van een bestaand landschap, maar als een herinnering, een gevoel en een zoektocht naar de essentie ervan.
De weidsheid. De donkere aarde. De rechte akkers. De zware luchten. Het licht boven de Waddenzee. De sporen van mens en tijd.
In het zwart van de teer, de glans van het bitumen en de kleur van de verf probeer ik dat landschap opnieuw te laten ontstaan — niet alleen om naar te kijken, maar bijna om te voelen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb