Teermodel

Mijn teermodellen zijn geïnspireerd op en vormen een persoonlijke interpretatie van de geschilderde naakten uit het begin van de twintigste eeuw.

In die periode veranderde de manier waarop kunstenaars naar het menselijk lichaam keken ingrijpend. Het klassieke ideaalbeeld maakte steeds vaker plaats voor een vrijere, rauwere en persoonlijkere benadering. Het lichaam hoefde niet langer perfect of levensecht te zijn. Kunstenaars gingen op zoek naar iets anders: gevoel, beweging, spanning en expressie.

Het naakt werd daarmee meer dan een afbeelding van het menselijk lichaam. Het werd een middel om iets van de menselijke ervaring zichtbaar te maken.

Vormen werden vereenvoudigd. Lijnen mochten hoekig en krachtig zijn. Kleuren werden intenser, soms bijna ongeremd. De werkelijkheid hoefde niet langer letterlijk te worden gevolgd; zij mocht worden vervormd, uitvergroot en opnieuw opgebouwd.

Die vrijheid spreekt mij aan.

Ook in mijn teermodellen probeer ik niet het lichaam één op één weer te geven. Ik zoek naar de essentie van de menselijke gestalte: de houding, de spanning van een rug, de ronding van een schouder, de kwetsbaarheid van een lichaam dat even stilstaat.

Daarbij gebruik ik een materiaal dat op het eerste gezicht nauwelijks met een naakt te verbinden lijkt.

Ik schilder met acryl- of olieverf op bitumendakbedekking die ik vooraf met de vlam bewerk. De vlam wordt een soort tweede penseel. Het vuur schroeit het oppervlak, laat donkere sporen achter, verandert de structuur en geeft het materiaal een eigen karakter.

Op de donkere, ruwe ondergrond verschijnt de menselijke vorm. Soms duidelijk, soms bijna opgelost in het materiaal. De contouren zoeken hun weg door het zwart. Een lichaam ontstaat uit lijnen, vlakken, en kleur.

Mijn teermodellen zijn daarom geen klassieke naakten. Het zijn geen pogingen om schoonheid vast te leggen.